Veilig rijden: 1 de basis

Hoe bewust ben jij van je rijstijl?

Geloof jij – net als het merendeel de automobilisten – dat jij een uitstekende automobilist bent? Als wij deze vraag stellen aan de gemiddelde bestuurder dan worden vaak het aantal schade- en boetevrije jaren als bewijs van goede rijvaardigheid aangedragen. De realiteit is echter dat 95% van verkeersongevallen ontstaan door menselijke fouten. En hoeveel kilometer file (iedere dag weer) is het gevolg van menselijke fouten? In dit blog geven we tips om je reis een stukje veiliger te maken. 

Iedereen met een rijbewijs heeft rijlessen gehad. Voor sommigen is dat langer geleden dan voor anderen. Tijdens die rijlessen hebben we geleerd beheerst de auto te besturen. Echter, na verloop van tijd kunnen slechte gewoontes inslijten. En die zijn vervolgens moeilijk af te leren. Daarom is het goed om soms kritisch naar jezelf te kijken en te reflecteren op dingen die je vanzelfsprekend vindt. Omdat het stukje dat we aanvankelijk wilde schrijven wat lang is geworden hebben we besloten het in een serie te gieten. Dan blijft het nog enigszins overzichtelijk. 

De basis

Iedere reis start met het plaatsnemen in de auto. Behoorlijk vanzelfsprekend. Maar hoe zit jij in de auto? Dicht op je stuur of juist wat verder weg? De juiste zitpositie gaat uit van de situatie waarbij je (belangrijk!) met de schouders de stoelleuning raakt en je beide polsen OP het stuur kunt leggen. Probeer het eens. Je zit waarschijnlijk een stuk(je) te ver van het stuur. Het gevaar dat daarbij komt kijken is dat je het stuur niet goed kunt ‘bedienen’ in een noodsituatie. En als je nu denkt dat jij niet snel in een noodsituatie zal belanden, dan heb je daar volledig gelijk in. Maarja, een noodsituatie heet niet voor niets een ‘nood’situatie; je ziet ‘m over het algemeen niet snel aankomen. (Als je het al ziet aankomen.) Misschien – en dat hopen we – gebeurt het je nooit, maar de keer dát het je overkomt is het wel zo handig dat je de controle over je stuur hebt. 

Jij ziet ze ook vast wel eens; (vaak jonge) bestuurders die meer achter het stuur liggen dan zitten. Stel dat ze plotseling moeten uitwijken en in een slip komen, dan zijn ze passagier in hun eigen auto, ook al zitten ze achter het stuur; een gordel heeft ook geen enkel effect meer op zo’n manier. Liggen in de auto.


En daarna: hoe staan jouw spiegels afgesteld? Zie jij voldoende in de achteruitkijkspiegel? Dan is de kans groot dat deze goed staat want deze spiegel laat zich gemakkelijk afstellen. Maar hoe staat het met de zijspiegels. Want je hebt vast geleerd dat je ze zo moet afstellen dat je nog een deel van de auto ziet. Toch? 

Maar waarom? Er gebeurt daar niets. We zullen je uitleggen hoe je dit anders en beter kunt doen. 

De spiegels zijn bedoeld om (schuin) naar achteren te kijken terwijl je gezicht voorwaarts is gericht. De spiegel heeft echter een beperking: de grootte. En het probleem dat dáárdoor wordt veroorzaakt: de dode hoek; het gat tussen jouw gezichtsveld en het beeld in jouw spiegel. En daar past onder (on)gunstige omstandigheden gewoon een vrachtwagen in, dus onderschat dit niet. Maargoed, hoe meer jij je spiegel afstelt op ‘ik wil nog een stukje van mijn auto zien’, des te groter maak je de dode hoek. En da’s gevaarlijk. 

Dus! Stel je spiegel nou eens zo af dat je de zijkant van de auto precies níet meer ziet. 
Dat gaat even wennen worden voor je. Maar! Wat je daarmee doet is het drastisch verkleinen van de dode hoek en het voor jezelf en (kwetsbare) medeweggebruikers een stuk veiliger maken. 

“Maar dan zie ik de afstand niet meer die ik heb t.o.v. bomen, fietsen etc wanneer ik ga parkeren.” 

Dat klopt. Maar je kunt ook even je hoofd een stukje kantelen zodat je het op dat moment wél ziet. De tijd die je ‘parkerend’ doorbrengt in de auto is een stuk kleiner dan de tijd die je rijdend doorbrengt. 

Maak een plan

Gaan rijden om er even later achter te komen dat je nog wat van de achterbank had willen pakken is a) onhandig en b) erg gevaarlijk wanneer je het al rijdend wil verhelpen. Op zo’n moment zou je willen dat je even had nagedacht voordat je ging rijden. Ook het omdoen van je gordel is simpelweg handiger vóór je gaat rijden. Zoals een wijs man ooit tegen me zei: “Voordat je de ladder op gaat, bedenk dan eerst wat je daarboven nodig hebt.” En met autorijden is het niet anders. (Ik zou willen dat het vaker ter harte had genomen.)

Het maken van een plan start al wanneer je bij de auto aankomt. Stel jezelf altijd de vraag: hoe ga ik hier (schadevrij) wegrijden? De grootste kans op een deuk of een kras loop je bij het in- en uitparkeren. Wist je dat? Het beoordelen van afstanden tot palen, fietsen of muurtjes is bovendien buiten de auto een stuk gemakkelijker dan wanneer je al achter het stuur zit. 

Ook voor onderweg is het handig om van tevoren te bedenken (bijv.) wie je zal gaan bellen, want meer dan 75% van onze opdrachtgevers gebruikt de tijd achter het stuur om telefoontjes te plegen. Bel jij via voice search? Applaus! Maar in het andere geval ben jij iemand die onderweg met de telefoon bezig is. Ja niet écht natuurlijk, want bellen doe jij supersafe ‘handsfree’. Maarja, dat contact moet wél opgezocht worden. Zet de mensen die je wilt bellen in je snelkeuzelijst of zorg dat ze bij je laatstgekozen nummers komen te staan. Wij gebruiken tegenwoordig de assistent van Google. Ideaal!

Tijd om te gaan rijden. (Komt in een volgend blog...)

Heb je wat aan deze tips? 

Met vriendelijke groet,

Jeroen